Mijn eerste vriend op reis, Arthur

Tijdens mijn doorreis overnacht ik in Noord Frankrijk in een Chambres d’hôtel. Een oud landhuis waar ik in de tijd van Corona de enige gast ben. De kamer wordt verwarmd door een klein elektrisch kacheltje. Er is iets met de centrale verwarming, vertelt de gastvrouw me. Ik vermoed dat de aansluiting is afgesloten vanwege het gebrek aan gasten. Gelukkig doet het kacheltje prima z’n werk.

Na me te hebben opgefrist in bad wandel ik naar de lokale pizzeria om mijn avondeten te bestellen, het dorpje ziet er verlaten uit. Even later eet ik mijn lasagne op aan het tafeltje in de hotelkamer. Ik voel me een moe en alleen dus besluit om vroeg te gaan slapen.

Al snel val ik in slaap, maar de nacht werd alles behalve rustig. De afgelopen periode heb ik een aantal keer meegemaakt dat ik tijdens mijn droom gewekt wordt door een bepaalde aanwezigheid in mijn kamer, maar dat het mij niet lukt om geluid te maken of te bewegen. Best wel griezelig en hoopte eigenlijk dat ik het niet vaker meer zou krijgen. Deze nacht had ik het weer…

Er zijn geluiden om me heen en voel energie door de kamer gaan, ik probeer me te bewegen maar het lukt niet.. Ik probeer te schreeuwen, maar er komt geen geluid uit me. Een golf van angst gaat door me heen, m’n hart bonst en blijf een tijdje zo liggen luisteren. “Waarom wilde ik nou weer zo graag in een oud landhuis slapen..” vraag ik mezelf af. Waarom koos ik niet gewoon voor een standaard Ibis hotel langs de snelweg, waar misschien ook nog andere gasten zijn. Ik voel de leegte van het verlaten hotel en realiseer me dat ik hier helemaal alleen lig.

Nogmaals probeer ik iets te roepen, maar ook al kon ik geluid maken dan nog zou niemand mij horen.

Dan kom ik op het idee om een koepel van wit licht om me heen te visualiseren. Zo heb ik geleerd om me energetisch te beschermen voor dingen van buitenaf. Het geeft me een gevoel van veiligheid, maar de energie blijft door de kamer heen razen en hoor allemaal kloppende geluiden.

Ik blijf stijf onder de dekens liggen en een moment later heb ik ineens eens een schroevendraaier in mijn hand. Deze heb ik als een van de laatste spullen uit mijn huis meegenomen, alle andere spullen waren al mee met het transport, dus deze stopte ik in mijn handbagage. Het voelt als een soort wapen, al weet ik niet waarvoor want er is niemand fysiek in de kamer aanwezig.

De schroevendraaier verdwijnt weer en dan heb ik een aansteker en Palo Santo hout in mijn hand. Hiermee kun je de energie in een ruimte zuiveren, wat ik bij aankomst had gedaan. Ik hoor gelach en kijk naast me.. daar zit iemand, achter tralies, met een pijl en boog in z’n handen. Het is een knappe jongen en hij grijnst een beetje. “Waar ben je zo bang voor?” vraagt hij. “Als je iets wil in het leven, zul je je angst onder ogen moeten zien”

De energie laat me los, waardoor ik echt wakker word. Doorweekt van het zweet voel ik het elektrische kacheltje volop blazen. Verdwaast kijk ik door de kamer en overweeg even om weg te rennen, maar ja.. waar naar toe? Onder de dekens voel ik me toch het veiligst, maar ik heb het zo warm dat ik er het liefst even onder vandaan wil en draai snel het kacheltje uit. Ik kijk naar links, waar ik de jongen zag zitten, en zie de antieke kast. Mijn gevoel zegt dat zijn energie in de kast zit.

Hij heeft gelijk, mijn grootste angst is de ongeziene wereld.. al zo lang ik me kan herinneren schrik ik weg van overledenen die in mijn dromen verschijnen. Zelfs van mijn overgroot oma, waarvan ik de naam ‘Anna’ draag, kwam vroeger wel eens langs. Dat ervoer ik als een nachtmerrie en schrok dan wakker. Nu ik stappen aan het nemen ben op mijn zielspad als sjamaan, wordt het tijd om ook deze wereld serieus te gaan nemen en mijn angst te overwinnen.

“Hoe heet je?” vraag ik, “Arthur” antwoort hij. Ik realiseer me dat hij is overleden, maar dat zijn geest de weg naar het licht niet heeft gevonden. Dit gebeurt wanneer iemand plotseling overlijd en het leven niet wil loslaten. “Je bent dood” zeg ik tegen hem en bovendien “zo kun je niet met gasten omgaan”.. “Waarom doe je dit?” vraag ik hem, “Dit is hoe ik mij voel, niemand hoort me en ook mijn lichaam werkt niet meer”, antwoord hij. “Je bent dood” zeg ik hem nogmaals. Het wordt rustig en ik val alsnog in slaap.

De volgende ochtend kijk ik naar de kast en voel dat het tijd wordt dat Arthur de weg naar het licht gaat afleggen. Voor mijn gevoel zit hij hier al minstens 600 jaar, de herinnering aan het boek van Jeanne d’Arc komt in me naar boven. Zou hij in die tijd gestorven zijn vraag ik mezelf af. “Waarom ga je niet naar het licht?” vraag ik hem en ik krijg terug dat hij bang is voor de dood. Ik besluit om hem even te laten en kleed me aan.

Na mijn ochtendritueel loop ik naar de kast en zet de deur op een kier. “Het is tijd om naar het licht te gaan Arthur” zeg ik hem. Ik begrijp dat je angst hebt, maar geloof me het daar echt beter. Bovendien heb je kans om opnieuw te incarneren, dan krijg je weer een werkend lichaam en kunnen mensen je horen. Hij twijfelt, en ik realiseer me dat ik hem erbij moet helpen.

Ik roep de hulp van mijn overleden oma aan, ze zou vandaag jarig zijn geweest. Mijn opa en oma zijn de enige overledenen waarvoor ik mij wel durfde open te stellen, waardoor ik de afgelopen tijd met hem heb leren samenwerken. Ze hebben mij vanuit de andere dimensie al vaker geholpen en bijzondere dingen op mijn pad gebracht.

“Oma, wat moet ik doen?” vraag ik.. “Net zoals bij opa” zegt ze. Ik begrijp wat ze bedoelt en ga in meditatie om mijn verbinding met het licht te versterken. Wanneer ik de verbinding heb gemaakt begin ik mijn energiestorm op gang te brengen en maak soort een scheppende beweging omhoog. “Ga maar Arthur” zeg ik. “Mijn oma is vandaag jarig en heeft een lekkere taart gemaakt, ze heeft een stukje voor je klaar staan”.

Nog een tijdje blijf ik in meditatie zitten en wanneer ik mijn ogen open doe zie ik een strook van de zon op het midden van de kast. Het voelt als een teken van Arthur, volgens mij is het gelukt bedenk ik me en op dat moment wordt de lichtstrook nog feller. Ik voel een enorme golf van dankbaarheid door me heen stromen. We hebben allebei onze angst overwonnen! Zelfs in dit verlaten hotel heb ik mijn eerste reisvriend gemaakt.

Tevreden loop ik naar beneden, eet rustig mijn ontbijt en stap in de auto. Op weg naar mijn volgende bestemming in Zuid Frankrijk. Onderweg realiseer ik mij wat er die nacht is gebeurd en voel ik de inspiratie voor deze blog. Het is al even geleden dat ik voelde een blog te kunnen schrijven dus ik kan niet wachten totdat ik op mijn bestemming aankom en mijn laptop open te klappen.

Ik ben benieuwd wat Zuid Frankrijk voor me in petto heeft, ik hoop een goede nachtrust.

In ieder geval geen verrassing in de kast, daar zijn de gastheren van dit hotel namelijk jaren geleden al uitgekomen.

À bientôt!

Geef een antwoord